Home

Bijlagen

Beleidsprestatie 2-1-5 Realisatie provinciale infrastructuurprojecten (PZI)

Om de bereikbaarheid op peil te houden legt de provincie ook nieuwe infrastructuur aan of verbetert het bestaande infrastructuur. Deze projecten worden gerealiseerd op basis van een besluit waarin de inhoudelijke scope, planning en het financieel kader zijn vastgelegd.  

1. Verwerking aangekondigde tekorten en genomen besluiten
In aanloop naar de Begroting 2026 werd duidelijk dat op een aantal projecten een tekort zou gaan ontstaan als gevolg van nieuwe risico’s, langere doorlooptijd en extra werkzaamheden. De precieze bedragen waren nog niet bekend, maar wel dat deze niet meer volledig konden worden opgevangen binnen de reservering voor tegenvallers lopende projecten in het PZI. Er was ook geen volledige dekking mogelijk vanuit meevallers op lopende projecten en vrijval door heroverweging. Deze middelen zijn namelijk ook ingezet voor nieuwe projecten in het PZI (Fietstunnel N209 Lansingerland Bleiswijk-Zuid en A20/Cortelande).

Op basis van inschatting is de reservering in het PZI aangevuld met € 37,25 miljoen. Hierdoor is een bedrag van afgerond € 78,4 miljoen beschikbaar als dekking in het PZI 2026-2040 bestaande uit:

  • € 0,9 miljoen N207 Zuid;
  • € 17,5 miljoen Spoor Leiden – Utrecht (fase 2);
  • € 60 miljoen N211 Wippolderlaan.

Hierbij is aangegeven dat de toekenning aan projecten bij de Voorjaarsnota 2026 zal plaatsvinden na nadere besluitvorming door PS. De middelen zijn bewust nog niet toegekend aan de projecten, omdat de precieze tekorten nog niet bekend waren.  

Voor deze drie projecten is aanloop naar de Voorjaarsnota bekend geworden wat de daadwerkelijke extra investeringsbehoefte is en zijn ook besluiten genomen:

  • € 3 miljoen N207 Zuid - Dit bedrag is hoger dan ingeschat vanwege extra ontwerp- en onderzoekskosten, bijvoorbeeld vanuit de participatie en ingediende zienswijzen en extra stikstofberekeningen. PS hebben 28 januari jl. ingestemd met het Provinciaal Inpassingsplan voor de N207 Zuid  en het aangepaste financieel kader (uitvoeringskrediet). Omdat de planuitwerking besluitvorming meer tijd kostte is het jaar oplevering verschoven van 2029 naar 2030.
  • € 14,3 miljoen Spoorcorridor Leiden – Utrecht – Dit bedrag is lager omdat we eerder rekening hielden met meer kosten voor niet compensabele btw. In het bestuurlijk overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) zijn de bijdragen van Rijk en regio vastgelegd. (zie regio zuidwest uit de afsprakenlijst MIRT );
  • € 55 miljoen N211 Wippolderlaan - PS hebben op 15 december jl. ingestemd met het verhogen van het investeringskrediet N211 Wippolderlaan op basis van het Statenvoorstel waarin het tekort wordt toegelicht;

De totale behoefte is daarmee € 72,3 miljoen, zodat na verwerking € 6,1 miljoen overblijft in de reservering tegenvallers lopende projecten.

Bovenstaande inzichten en besluiten vielen samen met het voortschrijdend inzicht over de benodigde extra middelen voor de Steekterbrug. Omdat de reservering tegenvallers lopende projecten niet volledig hoeft te worden ingezet voor beoogde projecten, kan de € 6,1 miljoen worden gebruikt voor de Steekterbrug. Dit is besloten in de PS vergadering van 25 maart jl.  Daarnaast worden voor deze projecten in de Voorjaarsnota ook wijzigingen gedaan als gevolg van prijsontwikkeling (N207 Zuid) en extra inkomsten. De extra inkomsten komen voort uit de gemaakte afspraken in het MIRT.

Het programma HOV-NET Zuid-Holland Noord bestaat uit 3 openbaar vervoer corridors:

  • Spoorcorridor Leiden-Utrecht (fase 1 afgerond en fase 2 uitvoering);
  • Spoorcorridor Alphen-Gouda (afgerond);
  • HOV Leiden CS – Noordwijk (realisatie).

Voor HOV-NET Zuid-Holland Noord hebben PS een extra risicoreservering op programmaniveau opgenomen gebaseerd op de projectrisico’s. De reservering maakt geen onderdeel uit van de projectkredieten en is bedoeld voor het opvangen van exogene of externe risico’s die zich kunnen voordoen bij deze projecten.
Tot nu is voor geen van de HOV-corridors noodzaak geweest om de reservering aan te spreken. De reservering blijft beschikbaar in het PZI voor Spoorcorridor Leiden – Utrecht. In overleg met uitvoerder ProRail houden we rekening met een hoger risicoprofiel bij de technische detaillering en tijdens de realisatie. Projecten op en rond het spoor zijn vaak complexer, zeker in combinatie met slappe bodem. Het is nu nog niet nodig om het uitvoeringskrediet te verhogen.

2. Vervangen Steekterbrug
Op 25 maart hebben PS ingestemd met de verhoging van het investeringskrediet voor de Steekterbrug. Voor een deel van de benodigde dekking was nog geen dekking beschikbaar in het PZI. Het te dekken tekort bedraagt € 4,9 miljoen. De met PS besproken versoberingen worden op het moment van schrijven nog nader uitgewerkt. Hierover worden PS apart geïnformeerd.  Deze dekking blijkt mogelijk zonder een beroep te doen op de algemene middelen namelijk door vrijval op in 2025 afgeronde projecten en structurele vrijval in beleidsprestatie 2-1-2. Daarnaast wordt het uitvoeringskrediet geïndexeerd naar 1 april 2026 ten behoeve van de gunning van de werkzaamheden. Dit wordt gedekt vanuit de reservering indexering lopende projecten in beleidsprestatie 2-1-4.

3. HOV projecten
Bij de projecten voor de Drechtsteden, Molenlanden en Gorinchem (DMG) en Leiden CS – Katwijk (busbaan) worden in de Voorjaarsnota verschillende wijzigingen gedaan. Voor DMG wordt op basis van het uitvoeringsbesluit voor fase 3 het investeringskrediet geïndexeerd en aangevuld met de reserveringen uit beleidsprestatie 2-1-4. Het uitvoeringskrediet voor Leiden CS – Katwijk wordt verhoogd door een bijdrage vanuit het project Tjalmaweg voor aanleg van de kunstwand (zie 4. RijnlandRoute) en een bijdrage vanuit het Hoogheemraadschap voor extra werkzaamheden.

4. RijnlandRoute
Het programma RijnlandRoute bestaat uit 3 deelprojecten, die samen zorgen voor de verbetering van de verbindingen tussen de Rijkswegen A4 en A44 en de provinciale N206 en daarmee de bereikbaarheid in Holland – Rijnland verbeteren. De deelprojecten N434 en Tjalmaweg zijn opgeleverd en worden momenteel financieel afgerond. Het derde deelproject Europaweg zit in de realisatiefase en is gegund. Het betreft een programma met veel belanghebbenden, afstemming met aanpalende wegbeheerders (vooral Rijkswaterstaat) en financiële bijdragen van derden. Hierdoor ontstaat een grote dynamiek, die ook zijn weerslag heeft op het programmakrediet (uitgaven en inkomsten).

Voor het programma RijnlandRoute hebben PS een extra reservering weerstandsvermogen opgenomen gebaseerd op de risico’s in de drie deelprojecten. Deze reservering maakt geen onderdeel uit van de projectkredieten en is bedoeld voor het opvangen van excessieve risico’s die zich kunnen voordoen bij deze projecten. Dit betekent dat wanneer de verwachting is dat deze excessieve risico’s zich niet of in mindere mate zullen voordoen deze middelen zullen vrijvallen.
De huidige reservering bedraagt momenteel € 39,5 miljoen. Deze reservering blijft beschikbaar voor het totale programma inclusief de Europaweg gezien de nog lopende juridische verplichtingen en procedures.

Ook dit jaar zijn er verschillende projectontwikkelingen die worden verwerkt in het PZI, deze zijn voor de provincie grotendeels budgetneutraal. Vanuit de Tjalmaweg wordt een bijdrage beschikbaar gesteld aan het project HOV Leiden CS – Katwijk voor aanleg van de kunstwand. Voor RijnlandRoute N434 en Tjalmaweg geldt dat de financiële afronding meer tijd kost dan verwacht. Daarom vindt de 2e activering plaats in 2027 in plaats van in 2026. De overige wijzigingen betreffen indexering van de Rijksbijdrage en een verlaging van de inkomsten. Ook worden een aantal werkzaamheden uitgevoerd door het project Europaweg.
Bij de Europaweg wordt het investeringskrediet verhoogd door indexering van de provinciale bijdrage, door overheveling van middelen voor de extra werkzaamheden Tjalmaweg en N434 en extra inkomsten door bijvoorbeeld indexering van bijdragen.

5. Overige wijzigingen en verschuivingen
Tot slot zijn binnen deze beleidsprestatie nog twee projecten die worden gecompenseerd voor prijsontwikkeling. Dit betreft de projecten Verbreding Delftse Schie incl. verplaatsing Loswal/Ligplaatsen Schieoevers Delft en Verkeersveiligheidsmaatregelen traject N215 B en C (fase 1 en fase 2). De dekking hiervoor komt vanuit de reservering indexering lopende projecten (beleidsprestatie 2-1-4). Het opleveringsjaar voor de Verbreding Delftse Schie verschuift van 2028 naar 2031 vanwege de inschatting  dat de beroepsprocedure bij de Raad van State op het bestemmingsplan circa 4 jaar zal duren vanwege de drukte bij de rechtbank en de hoeveelheid aan bezwaren.
Tot slot wordt een project opgestart voor de aanleg van een zonnepark bij de Julianasluizen met dekking vanuit de reserve bereikbaarheid (zie beleidsprestatie 2-1-4).

Deze pagina is gebouwd op 06/02/2026 11:26:33 met de export van 06/02/2026 11:17:27