Baten
Provinciefonds
Herijking van het bestaande verdeelmodel
Bijna de helft van de structurele inkomsten van de provincie komt uit de uitkering uit het Provinciefonds. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is al een aantal jaar geleden een proces gestart om tot een nieuwe verdeling van de uitkeringen voor de provincies te komen. Eén die beter aansluit bij de werkelijke kosten en waarbij een aantal weeffouten uit het huidige model worden hersteld. Op 7 juli 2025 stuurden wij een brief aan Provinciale Staten met informatie over de tussenstap om te komen tot een nieuw verdeelmodel van het provinciefonds. Daarin schreven we al het volgende: Vanaf 1 januari 2026 wordt er een betekenisvolle financiële stap binnen het huidige verdeelmodel gezet. De effecten hiervan zijn in twee stappen verwerkt, een bijstelling in de Begroting 2026 en een nadere bijstelling in de Voorjaarsnota 2026. Provinciale Staten zijn hierover geïnformeerd via een toelichting van de effecten van de septembercirculaire 2025 .
Momenteel wordt er gewerkt aan een definitieve versie van het nieuwe verdeelmodel in 2026. Het is onduidelijk welke financiële gevolgen dit zal hebben, ook al omdat er waarschijnlijk voor een model van langzaam ingroeien gekozen zal worden waarbij niet in één keer op het nieuwe model wordt overgegaan. Zodra hier meer duidelijkheid over is informeren we Provinciale Staten.
Compensatie voor nieuwe tariefkorting emissievrije voertuigen tussen 2026 en 2030
O p 24 juni 2025 stuurden wij een brief aan Provinciale Staten met informatie over de financiële effecten van de meicirculaire 2025 van het provinciefonds. Daarin schreven we al het volgende: omdat Elektrische Voertuigen (EV's) in de regel zwaarder zijn dan benzine voertuigen, geldt er de komende jaren een tariefkorting in de MRB voor EV's. Deze tariefkorting werkt ook door in de provinciale opcenten. De provincies worden daarom voor de lagere inkomsten uit de provinciale opcenten in de periode 2026 tot en met 2029 gecompenseerd via het provinciefonds. Dit gaat om cumulatief € 569 miljoen. Dit bedrag is nu definitief en resulteert in een extra uitkering van € 16,7 miljoen in 2026, € 20,6 miljoen in 2027 en ruim € 25 miljoen voor de jaren 2028 en 2029.. De effecten hiervan zijn in twee stappen verwerkt, een conservatieve bijstelling in de Begroting 2026 en een nadere bijstelling in de Voorjaarsnota 2026. Provinciale Staten zijn hierover geïnformeerd via een toelichting van de effecten van de septembercirculaire 2025 .
Motorrijtuigenbelasting (mrb)
Verandering van de grondslag voor de motorrijtuigenbelasting
De opcenten (extra belasting) op de motorrijtuigenbelasting vormen het grootste deel van structurele inkomsten van de provincie. De grondslag voor de opcenten wordt gevormd door het aantal voertuigen in Zuid-Holland, het gewicht daarvan en de vrijstellingsregels. Al deze dingen kunnen veranderen en kunnen door maatregelen in de Voorjaarsnota van het Rijk beïnvloed worden.
Motie 1812 - herziening verhoging provinciale Motorrijtuigenbelasting
Bij de behandeling van de Begroting 2026 is de Motie 1812 - herziening verhoging provinciale motorrijtuigenbelasting positief financieel perspectief meicirculaire 2026 aangenomen. Hierin wordt gevraagd om een herziening van de door PS bij de Begroting 2026 vastgestelde extra verhoging van 0,3 opcenten bij voldoende financieel perspectief na de publicatie van de meicirculaire 2026. Na de publicatie van de meicirculaire gaan wij expliciet toetsen of de structurele begroting van de provincie duurzaam sluitend blijft zonder deze belastingverhoging. Bij de Begroting 2026 is het effect van deze verhoging ingeschat op circa € 1,4 miljoen per jaar. De gepresenteerde saldi zijn een momentopname en zullen nog worden beïnvloed door de meicirculaire van het rijk en eventueel nieuwe inhoudelijke voorstellen en het faseren van lasten bij Najaarsnota 2026 en begroting 2027. Op basis van de huidige inzichten blijft de structurele begroting van de provincie duurzaam sluitend zonder deze belastingverhoging. Daarbij dient er wel aandacht te zijn voor de beperkte resterende structurele ruimte in met name 2027.
