Home

Financiële hoofdlijnen en begroting (Budgettair Kader Begroting 2027 - 2030)

Begrotingssaldo 2027 - 2041 en Algemene reserve

2027: begrotingssaldo en Algemene vrije reserve
Het begrotingssaldo voor jaarschijf 2027 is bij vaststelling van de Voorjaarsnota 2026 € 10 miljoen (voordelig). In lijn met het huidige beleid worden tekorten of overschotten op het begrotingssaldo verrekend met de Algemene vrije reserve.

2028 en verder: begrotingssaldo langere termijn
Het begrotingssaldo (incidenteel + structureel) in deze Kadernota is door de voorgestelde wijzigingen in de Voorjaarsnota 2026 nadeliger dan bij Begroting 2026. Voordelige ontwikkelingen zien we vanuit de motorrijtuigenbelasting. Nadelige effecten zien we door verschillende voorstellen met een (structureel) negatief effect op het begrotingssaldo, waaronder Faunabeheer en ook het provinciefonds.

Net als de jaren hiervoor geldt ook bij het opstellen van deze Kadernota dat er onzekerheden zijn, zowel aan de lastenkant (inflatie en rente) als aan de batenkant (provinciefonds en opcenten motorrijtuigenbelasting). Deze onzekerheden worden verder uitgelegd in het hoofdstuk Onzekerheden met mogelijke impact op het begrotingssaldo'.

Structureel begrotingssaldo
Om te bepalen of er sprake is van een reëel en structureel begrotingsevenwicht moet er gekeken worden naar het structureel begrotingssaldo. Daarbij gaat het erom dat structurele lasten en structurele baten in balans zijn. De blauwe lijn geeft het structurele begrotingssaldo weer na het verwerken van de wijzigingen bij Voorjaarsnota 2026. Om het structurele begrotingssaldo te bepalen, worden de incidentele baten en lasten, waaronder alle wijzigingen van de reserves, uitgesloten. Het structurele begrotingssaldo laat daarmee zien of er in een jaar meer of minder blijvende lasten zijn ten opzichte van de blijvende baten. Dit is volgens de richtlijnen vanuit het Besluit Begroten en Verantwoorden (de BBV) die alle wijzigingen van de reserve ziet als incidenteel. 

Door de wijzigingen in de Voorjaarsnota 2026 verslechtert het begrotingssaldo maar blijft deze na 2027 en verder positief. Er is nog een aantal ontwikkelingen waarvan wij verwachten dat die, na besluitvorming bij de Begroting 2027, het beeld zullen beïnvloeden. Verdere uitleg volgt bij de Begroting 2027 maar op hoofdlijnen gaat het om:

  1. Aanpassing van de stelpost loon- en prijsindexatie.
  2. Definitief vaststellen van het verdeelmodel Provinciefonds.
  3. Overige beleidswensen op basis van structureel beleid.
  4. Motie 1812 - herziening verhoging provinciale Motorrijtuigenbelasting (Onzekerheden met mogelijke impact op het begrotingssaldo - Baten ).

Toelichting methodiek structureel begrotingssaldo en de berekening daarvan
De berekening van het structureel begrotingssaldo heeft tot doel om vast te stellen of per saldo alle structurele
taken ook gedekt zijn door structurele middelen. Als dat niet het geval is, dan worden structurele lasten uit incidentele middelen gedekt wat in de toekomst tot problemen kan leiden. Als voorbeeld: als je het onderhoud aan je huis alleen kunt betalen als je je spaarrekening gebruikt en je spaarrekening wordt niet aangevuld dan zul je ooit door je spaargeld heen zijn en het onderhoud niet meer kunnen betalen.

Met dat in gedachte is het uitgangspunt vanuit het BBV dat alle reserve mutaties incidenteel zijn (de reserves zijn de spaarrekeningen in het voorbeeld) en alle taken die de provincie uitvoert naar hun aard structureel. Structurele lasten (en baten) mogen daarbij per jaar wel fluctueren, maar moeten wel reëel worden begroot. Van incidentele lasten moet onderbouwd zijn dat die geen onderdeel zijn van een structurele taak. Voorbeelden van incidentele lasten zijn de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de aanleg van een warmteleiding.

(bedragen x € 1 miljoen)

2027

2028

2029

2030

 Saldo baten en lasten 

              -106

                -15

                 45

                 49

 Saldo reserves 

               116

                 45

                 18

                 18

Totale begrotingssaldo (I+S)

                 10

                 30

                 63

                 67

 Af:  incidentele reserve mutaties 

              -116

                -45

                -18

                -18

 Bij: incidentele baten en lasten 

               112

                 34

                    1

                    2

Structureel begrotingssaldo

                    6

                 19

                 47

                 51

 Correctie voor de fasering van lasten Investeringsagenda 

                 14

                 16

                 14

                 10

 Correctie beklemmingen jaarrekening 2025 

                    3

                    1

                    0

                    0

 Correctie voor de fasering van lasten VJN2026 en eerdere jaren 

                    8

                    4

                  -3

                    0

Structureel reëel begrotingssaldo

                 30

                 40

                 57

                 61

In bovenstaande berekening geeft het saldo van baten en lasten weer of er meer baten dan lasten zijn of
omgekeerd. In 2026 geeft het getal van € 106 miljoen aan dat er voor dat bedrag meer lasten zijn dan baten. Het saldo reserves in 2026 van € 116 miljoen (de regel eronder) geeft aan welk deel van het saldo aan baten en lasten gedekt wordt vanuit de inzet van reserves. Een positief getal betekent hier dat er meer uit de reserves onttrokken wordt dan erin wordt gestort. Dit resulteert in 2027 in een overschot van € 10 miljoen. Dat overschot wordt dan toegevoegd aan de Algemene vrije reserve.

In de voorgeschreven methodiek voor het berekenen van het structureel begrotingssaldo wordt er rekening mee gehouden dat een deel van de reserve mutaties (onder bepaalde voorwaarden) structureel kan zijn. Om het structurele begrotingssaldo uit te rekenen wordt het totale begrotingssaldo daarom eerst gecorrigeerd voor alle incidentele reserve mutaties. Aangezien wij als PZH geen structurele reserve mutaties kennen is dit bedrag gelijk aan het saldo van de reserves (€ 116 miljoen). Daarnaast kan het zijn dat er een verschil bestaat tussen de hoogte van de incidentele lasten en incidentele baten. In bovenstaande berekening laat het positieve bedrag van € 112 miljoen in 2027 zien dat er meer incidentele lasten dan baten zijn. Dat betekent per saldo dat een deel van de incidentele lasten door structurele baten gedekt zijn. Dat is gunstig voor het structureel begrotingssaldo en wordt in de berekening dus weer opgeteld. Het getal van € 6 miljoen geeft aan dat er een overschot is in het structureel begrotingssaldo. Dat betekent dat de structurele lasten gedekt zijn door structurele baten.  

Structureel reëel begrotingssaldo
In bovenstaande tabel presenteren we ook een structureel reëel begrotingssaldo. Dit saldo komt tot stand door het structureel begrotingssaldo te corrigeren voor budgetten van structurele taken die worden doorgeschoven naar latere jaren. Elk jaar zien we, met name bij de najaarsnota, dat budgetten van structurele taken in het lopende jaar (2026) worden verlaagd en in een later jaar (2027 of verder) worden opgehoogd. Deze bijstellingen zijn meerjarig gezien saldo-neutraal: wat er in het ene jaar wordt verlaagd, komt er in een ander jaar weer bij. Een belangrijke verklaring voor het doorschuiven van deze lastenbudgetten is dat de lastneming van subsidiebudgetten in een later jaar plaatsvindt dan het jaar waarin de subsidie is toegekend. We kunnen die budgetten die worden doorgeschoven ook niet laten vrijvallen, omdat er al juridische verplichtingen voor zijn aangegaan.

Het doorschuiven van deze lastenbudgetten is passend bij realistisch begroten, wat een vereiste is vanuit het BBV en daarnaast de aandacht heeft van het college en Provinciale Staten. Tegelijk zorgen deze bijstellingen ervoor dat het structurele begrotingssaldo in het lopende jaar verbeterd (in 2026 verlagen we lastenbudgetten), maar het structurele begrotingssaldo in latere jaren verslechterd (in 2027 en verder verhogen we lastenbudgetten). Het reële beeld van het structurele begrotingssaldo wordt hierdoor beïnvloed.

Bij het bepalen van het structurele reële begrotingssaldo corrigeren we het structurele begrotingssaldo voor deze doorgeschoven middelen. Ook zijn hierin de effecten meegenomen van het beklemmen van middelen als onderdeel van de jaarrekening 2025. De onderrealisatie in 2025 heeft in het jaar 2025 gezorgd voor een verlaging van de structurele lasten ten gunste van het jaarrekeningresultaat. Deze lasten worden in toekomstige jaren ingezet ten laste van het begrotingssaldo. In deze begroting pakt het structurele reële begrotingssaldo voor 2027 daardoor positiever uit doordat de doorgeschoven lastenbudgetten vanuit 2025 (jaarrekening) en 2026 (doorschuiven van lastenbudgetten) buiten beschouwing worden gelaten (+ € 11 miljoen). Het structurele reële begrotingssaldo is voor 2026 daardoor € 17 miljoen voordelig (= € 6 miljoen structureel begrotingssaldo + € 11 miljoen).

In 2026 werkt deze methode uiteraard de andere kant: het structurele reële begrotingssaldo is voor dat jaar nadeliger. In de Voorjaarsnota 2026 lichten we dit ook toe. Het doorschuiven van middelen vindt meerjarig plaats en werkt door tot en met het begrotingsjaar 2035. Vanaf 2036 zijn het structurele begrotingssaldo en het structurele reële begrotingssaldo aan elkaar gelijk. In het Financieel beeld maken we dit inzichtelijk via een grafiek.

Deze pagina is gebouwd op 06/02/2026 11:26:33 met de export van 06/02/2026 11:17:27