Beleidsprestatie 2-1-2 Adequaat en duurzaam aanbod openbaar vervoer
De provincie wil een gezonde, sociale en duurzame leefomgeving voor haar inwoners met vitale en goed bereikbare steden en dorpscentra waar het fijn werken, wonen, recreëren is. Zuid-Holland streeft naar een toekomstbestendig Zuid-Holland met goed openbaar vervoer.
De provincie realiseert, samen met de MRDH, een adequaat aanbod van Openbaar Vervoer zonder uitstoot van schadelijke stoffen zoals CO 2 , stikstof en fijnstof in het vervoergebied van de provincie Zuid-Holland. Het moet snel, betrouwbaar en beschikbaar zijn en is daarmee waar mogelijk een volwaardig alternatief voor de auto. De provincie wil dat dit snel, frequent, betrouwbaar, beschikbaar en betaalbaar is en samen met lopen, de fiets en deelvervoer een reis van deur tot deur mogelijk maakt.
1. Onderzoeksagenda bereikbaarheid
Hieronder zijn de aanpassingen opgenomen voor de onderzoeksagenda bereikbaarheid 2026 met betrekking tot openbaar vervoer. Het gaat om structurele uitgaven voor de jaarlijkse OV Klantenbarometer en lidmaatschappen (samenwerking). Daarnaast eenmalige uitgaven voor uitwerking van de OV visie (conform coalitieakkoord), onderzoek naar openbaar vervoer knooppunten en de aanbestedingen voor de Waterbus en Treindienst Alphen – Gouda. Tot slot geven we extra uit aan samenwerkingsorganisatie DOVA (decentrale OV autoriteiten). Hierin werken we samen aan verbetering van het openbaar vervoer. De bijdrage voor 2026 wordt verhoogd voor het Imagoprogramma OV. De dekking voor deze uitgaven komt vanuit het onderzoeksbudget in beleidsprestatie 2-1-1 (zie ook tabel 3).

2. Herverdeling middelen OV kortingsproduct Minima
Vanuit het Coalitieakkoord is € 10 miljoen beschikbaar gesteld voor een proef met een OV kortingsproduct voor minima. In de begroting was in de jaren 2025 t/m 2028 jaarlijks € 2,5 miljoen beschikbaar. Bij de Najaarsnota 2025 zijn de middelen herverdeeld over de jaren omdat de proef pas later in het jaar zou starten. Het ontwikkelen en afstemmen van het product met de vervoerders heeft helaas meer tijd gekost dan gehoopt. Daarom is het niet meer gelukt om de proef daadwerkelijk in 2025 te starten. Dit betekent dat de proef zal starten in 2026 en zal doorlopen tot en met 2029. Hierbij is ook een verdeelsleutel afgesproken per concessie. Bij de Voorjaarsnota 2026 worden de middelen (inclusief de niet uitgegeven middelen 2025) daarom herverdeeld in de tijd (2026 t/m 2029) en over de verschillende concessies. De wijzigingen zijn budgetneutraal. Zie tabel 4.

3. Bikkergelden regionaal openbaar vervoer
Om het openbaar vervoer draaiend te houden en aantrekkelijker te maken heeft de Tweede Kamer in 2023 besloten om naar aanleiding van Motie Bikker structurele middelen beschikbaar te stellen voor het openbaar vervoer (verlaging tarieven en verhoging kwaliteit).
Een deel van deze middelen wordt beschikbaar gesteld aan de regionale overheden in Zuid-Holland (waaronder de provincie) voor regionaal openbaar vervoer zoals trein, metro, tram en bus.
De vergoeding bestaat uit twee structurele componenten namelijk;
- Compensatie voor het verlagen van de openbaar vervoer tarieven;
- Compensatie voor het verhogen van het kwaliteitsniveau van het openbaar vervoer.
De compensatie voor de tarieven wordt jaarlijks uitgekeerd als onderdeel van de subsidies aan de vervoerders.
Voor de (structurele) inzet van de compensatiemiddelen voor het verhogen van het kwaliteitsniveau worden tijdens de uitvoering van de concessies plannen gemaakt samen met de vervoerders. Bij de Voorjaarsnota 2025 zijn de middelen structureel toegevoegd aan de Ambitie Bereikbaar Zuid-Holland. Voor een deel zijn deze middelen al toegekend aan de concessies. De overige middelen worden in de komende jaren toegekend.
Daarnaast is eerder € 2 miljoen structureel beschikbaar gesteld vanaf 2028 voor extra maatregelen in de concessie Drechtsteden, Molenlanden en Gorinchem. Na verdere uitwerking is duidelijk geworden dat al vanaf 2026 maatregelen kunnen worden genomen en dat hiervoor vooralsnog maar maximaal € 0,9 miljoen nodig is t/m medio 2029. De middelen die niet nodig zijn komen daarmee weer beschikbaar voor nieuwe plannen en inzet in andere concessies.

4. Herberekening concessies
De exploitatiebijdrage voor Zuid-Holland Noord is hoger in de nieuwe concessie dan in de oude concessie. Dit komt mede door indexering en inzet van een extra buurtbus. Hierdoor is structureel € 1,4 miljoen per jaar extra nodig. In aanloop naar de begroting 2027 zal hiervoor een voorstel worden uitgewerkt voor structurele dekking vanuit de stelpost indexering in de begroting. Hierbij zal eerst worden gekeken of en hoeveel structurele vrijval er is op andere concessies. Vooralsnog wordt voor 2026 het tekort incidenteel gedekt door verwachte vrijval in 2026 bij de Waterbus en in de concessie Hoekse Waard – Goeree Overflakkee en door niet uitgegeven middelen in de concessie Drechtsteden Molenlanden Gorinchem in 2025 (beklemming jaarrekening 2025).
De verwachte vrijval op de Waterbus wordt deels veroorzaakt door een hogere jaarlijkse bijdrage vanuit de Drechtsteden. Deze was al eerder afgesproken maar nog niet verwerkt in de begroting. Dat wordt nu gecorrigeerd.
Tegelijkertijd is er voor de Concessie Drechtsteden, Molenlanden Gorinchem in 2025 minder onttrokken vanuit de reserve bereikbaarheid. De uitgaven voor de deelfietsen zijn nog niet gerealiseerd omdat het meer tijd kostte om het project op te starten (organisatie, inkoop en plaatsing). De uitgaven voor 2025 worden in 2026 gedaan samen met de bijdrage voor 2026. De dekking komt vanuit de reserve bereikbaarheid. Daarbij waren uitgaven geraamd met dekking vanuit de eerder geïncasseerde boete. Deze is in de reserve bereikbaarheid gestort om extra maatregelen in de concessie te kunnen nemen. Een klein deel van deze uitgaven (€ 0,1 miljoen) schuiven door naar een later jaar voor nader te bepalen maatregelen.

5. Overige wijzigingen/correcties openbaar vervoer
Vanaf 2026 is de jaarlijkse vergoeding voor buurtbussen verhoogd. Hierdoor is jaarlijks € 44.000,- extra nodig aan dekking. Tegelijkertijd is het structurele budget voor collectief vraagafhankelijk vervoer Holland – Rijnland niet meer volledig nodig. Dit komt omdat een deel van dit vervoer is ondergebracht in de concessie Zuid-Holland Noord. Het is nog niet duidelijk hoeveel budget hierdoor vrij kan vallen. Het is wel duidelijk dat dit in ieder geval voldoende is om de extra kosten voor de buurtbussen te dekken. Daarom wordt dit deel van het budget overgezet naar de buurtbussen.
In beleidsprestatie 2-1-4 en 2-1-5 worden voorstellen gedaan voor verhoging van investeringskredieten als gevolg van tegenvallers en nieuwe bestuurlijke afspraken (geen onderdeel van de Investeringsagenda). Om niet direct een beroep te hoeven doen op de algemene middelen is hiervoor eerst gekeken of er vrijval was op investeringsprojecten en of er investeringsmiddelen vrij te maken waren door heroverweging. De vrijval is niet voldoende om de extra investeringen op te vangen. Het heroverwegen van investeringsmiddelen zou het stoppen van projecten (in de initiatief en verkenningsfase) betekenen. Om dit te voorkomen is ook breder gekeken binnen de Ambitie of er structurele middelen te heroverwegen zijn. Dit blijkt het geval. In het verleden is structureel exploitatiebudget beschikbaar gesteld voor regionale en provinciale spoorinfrastructuur (openbaar vervoer). Dit lijkt een vergissing te zijn geweest. Het budget hiervoor bestaat namelijk voor 100% uit inkomsten van het Rijk voor projecten onder de oude Brede Doeluitkering (BDU). De aanleiding voor het opnemen van dit structurele budget is niet te meer te achterhalen. Tegelijkertijd ontbreekt een inhoudelijke onderbouwing voor deze uitgaven en zijn geen uitgaven gepland. Bij de Voorjaarsnota komt het structurele budget van afgerond € 1,2 miljoen vrij te vallen waarmee de kapitaallasten als gevolg van de extra investeringen voor de OV-knooppunten Dordrecht en Leiden kunnen worden gedekt.
We betalen jaarlijks een vergoeding voor de niet afgenomen waterstof door de vervoerders. Deze afspraak is voorafgaand aan het project gemaakt om de risico’s van dit innovatieve project te delen tussen de provincie en de exploitant. Zonder deze vergoeding zou de exploitant mogelijk failliet kunnen gaan waardoor de productie en levering in gevaar komt. Bij de start van het project zijn deze uitgaven echter niet begroot. Op basis van de in de afgelopen jaren betaalde vergoeding is totaal € 0,7 miljoen nodig voor de periode 2026 t/m 2034. Daar tegenover staan jaarlijkse inkomsten voor de verhuur van de provinciale grond aan de exploitant. De totale inkomsten bedragen € 0,4 miljoen voor de periode 2026 t/m 2034. De overige
€ 0,3 miljoen wordt gedekt door vrijval in 2026 binnen de Ambitie (zie beleidsprestatie 2-1-3 en 2-1-4)
PS hebben in 2025 besloten om in de toekomst een nieuw autoveer te laten varen tussen Maassluis en Rozenburg. Voor de aankoop van het veer, de exploitatie, beheer en onderhoud en aanpassing en beheer veerinfrastructuur zijn op basis van inschattingen middelen gereserveerd in de begroting. Hierin was echter nog onvoldoende rekening gehouden met de voorbereidingskosten voor de nieuwe aanbesteding (exploitatie veerdienst en bouw van het nieuwe veer). Hiervoor is in 2026 circa € 0,3 miljoen nodig. Deze uitgaven kunnen worden gedekt door vrijval binnen de Ambitie (zie 2-1-3 en 2-1-4). De voorbereiding voor de aanpassingen aan de veerinfrastructuur komen ten laste van de gereserveerde investeringsmiddelen voor de veerinfrastructuur.
Tot slot is in besloten om een boete op te leggen aan Qbuzz voor vermijdbare hinder, rituitval en punctualiteit bij de implementatie van de concessie Zuid-Holland Noord. In de PS vergadering van 29 januari 2025 is toegezegd om de boete te investeren in de concessie zodat de middelen ten gunste komen van de reizigers. Deze boete is in 2025 volledig geïnd en wordt in 2026 en 2027 opgevoerd als budget. Momenteel wordt de inzet samen met de vervoerder verder uitgewerkt.

